Versimpelen: projecten realiseren zonder gedoe, door Jan-Peter Bogers

Versimpelen betekent hier het kijken naar de essentie van projecten, dus naar het oorspronkelijke idee ende drijfveer en het steeds maar weer daarop focussen en van daaruit handelen. Het draait om het steeds maar weer de vraag stellen: waarom doen we wat we doen. En: waarom willen we dit en wat is de essentie van het idee?. De schrijver bespreekt 5 manieren om tot versimpelen te komen. Dat zijn:

  1. Een andere mindset
  2. 5 kernvragen stellen
  3. 6 gedoe factoren analyseren
  4. Tool box toepassen
  5. 10-stappenplan

Ad 1.: vraag je af of het makkelijker kan, sneller, leuker. En ook tijdens de uitvoering dit herhalen.

Ad 2.: de 5 kernvragen die Bogers noemt zijn: waarom doe je wat je doet, wat heb je echt nodig, wie heb je echt nodig, wat heb je (nog) niet nodig en hoe kom je aan de juiste wie en wat?

Ad 3: Analyseer het gedoe, waar komt het vandaan, hoe omzeil je het. Wanneer wordt een project simpel? : als er weinig factoren een rol spelen, als er weinig onderlinge afhankelijkheid/beïnvloeding is, als oorzaak en gevolg duidelijk voorspelbaar zijn. Voorkom onnodige complexiteit door zaken naar achteren te schuiven in de tijd. Dec 6 gedoefactoren zijn volgens Bogers: geld, tijd, regels, mensen, ik en complexiteit.

Ad 4.: de tool box. Hij noemt en beschrijft in het boek 27 gereedschappen, “tools”. Enkele voorbeelden: maak het klein of maak het juist heel groot. Of maak het scherp, vermijd de nuance.

Ad 5.: Vervolgens beschrijft Bogers het zogenaamde 10-stappenplan, waarin hij de voorgaande punten heeft verwerkt.

Het boek is helder en bondig geschreven en kent vele aardige voorbeelden. Op een gegeven moment heb je wel het gevoel dat Bogers zich herhaalt, je komt dezelfde uitgangspunten tegen, maar dan anders verwoord. Maar dat is wellicht ook de kern van zijn betoog: versimpelen kun je altijd en overal weer opnieuw gaan toepassen. Het boek inspireert zeker.