De provincie Groningen werkt momenteel aan een nieuw provinciaal omgevingsplan.

Bereikbaarheid per openbaar vervoer op het platteland is hierbij een belangrijk onderwerp. Terecht. Want mobiliteit en bereikbaarheid zijn in onze samenleving belangrijke sociaal economische voorwaarden.

Met het gebruikelijke OV aanbod op het Groningse platteland is het overigens niet slecht gesteld. Een steekproef leert dat de meeste kleine kernen in Groningen tenminste een keer per uur een verbinding met de stad hebben, ook kernen met minder dan 250 inwoners. Dat is een behoorlijk OV aanbod voor een beperkte groep reizigers. Dat wil echter niet zeggen dat de bewoners van kleine kernen dit ook zo ervaren.  Blijkbaar niet, want op sommige OV-lijnen is sprake van een kostendekkingsgraad van minder dan 5%. Dat wil zeggen dat een OV reiziger een ritje maakt voor € 5 en andere belastingbetalers daar € 95 aan mee betalen. Dat lijkt niet vol te houden. En je kan je afvragen of het redelijk is. Mensen kiezen in principe zelf voor het leven op het platteland, met alle voor- en nadelen van dien.

Is hier geen sprake van een doorgeschoten denken in termen van overal gelijke voorzieningen voor iedereen? Gaat het om gelijke ontplooiingskansen voor iedereen of gaat het om gelijke voorzieningen voor iedereen, altijd en overal? Ik denk het eerste..

Bereikbaarheid op het Groningse platteland kunnen we dan benaderen vanuit het perspectief van ontplooiingsmogelijkheden van bewoners en lokale gemeenschappen. Dan gaat het niet meer om frequenties, bepaalde typen bussen en dunne en dikke lijnen, de zaken die nu gedetailleerd worden uitgewerkt in vuistdikke aanbestedingsdocumenten. Het gaat dan om bereikbaarheid die aansluit op de behoeften van bewoners.

Bewoners en gemeenschappen kunnen daarbij zelf verantwoordelijkheid nemen in het pakken van ontplooiingskansen. De provincie Groningen kan dat faciliteren.

Tot op heden is de provincie gewend om aanbodgericht te denken. Ze kan echter beter aan dorpsgemeenschappen vragen welke mobiliteitsbehoefte er precies is. Ze kan vragen wat dorpsbewoners samen zelf kunnen doen om aan die behoefte te voldoen. En de provincie kan vragen en hoe ze daarbij kan helpen. De kern is dat de provincie vertrouwen geeft aan lokale gemeenschappen, vertrouwt op hun samenredzaamheid en zelf daarin een betrouwbare partner is voor die gemeenschappen.  Samen houd je dan het platteland bereikbaar en leefbaar. Want samenwerking en samenredzaamheid draagt bij aan vitale gemeenschappen. En daarin is het veel prettiger wonen, werken, recreëren en investeren.

Laten we klein en simpel beginnen. In principe hoeft de gemeenschap alleen het vervoer te regelen tussen het dorp en de aansluiting met de dikke OV vervoerslijnen. Want het financieren van het huidige openbaar vervoer tot in de haarvaten van de provincie wordt een probleem. Daar zijn creatieve oplossingen op maat voor nodig.

Start gewoon eens met een beperkte inventarisatie: wie rijdt uit het dorp, regelmatig naar de stad en weer terug en kan scholieren of ouderen meenemen? En wat zijn de condities waaraan moet worden voldaan? Kortom: geef eens ruimte aan de creativiteit en samenredzaamheid van lokale gemeenschappen. Provincie, u krijgt er veel voor terug.

 

Machiel Huizenga, Goedwijs Gemeenschapskracht